Tag Archives: syrië

Wachten tot het ook bij ons genoeg pijn gaat doen

Toen vorig jaar mijn vriend en studiegenoot op weg naar Bali in de MH17 uit de lucht geschoten werd, en ik in Nederland terugkeerde nadat ik een leraren trainingsprogramma voor Syrische vluchtelingen in Libanon had opgezet, werd het mij pijnlijk duidelijk hoe ver Syrië en de Oekraïne van de gemiddelde Nederlander af liggen. Mijn waarschuwingen dat het niet lang zou duren voordat de gigantische problemen die zich aan de deur van Europa ophopen, ook ons fort zouden binnendringen, werden toen nog niet serieus genomen: Komen die tijden, komen die plagen. Nu: de eerste ‘vluchtelingen’ plaag is gearriveerd.

Door: Ruben Elsinga, Center for Middle Eastern Studies, Lund University, Sweden

 De ‘naïeve barmhartigen’ en het ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ kamp

Als iemand die zich al vele jaren vooral bezig houdt met de Syrische crisis ‘in de regio’, onder andere in Libanon waar mijn kleine NGO onder andere al 2 jaar leraren training geeft aan Syrische vluchtelingen,  weerspiegelt de traan die van het Nederlandse collectieve gelaat druppelt na het zien van dat ene aangewassen kind op het strand van Bodrum, niet alleen de allang vertroebelde medemenselijkheid, maar vooral ook de totale vervreemding van Nederland en Europa met zijn omgeving.

Twee kampen beginnen zich te vormen. Allereerst is er het kamp van de naïeve barmhartigen. Met het verschijnen van de foto van het jongetje in Bodrum, is dit kamp nieuw leven in geblazen, nadat het jarenlang in slaap gesukkeld was sinds de eerste spannende naïef hoopvolle jaren van de vroege Arabische lente. Dit kamp zwelt aan met goed bedoelende Nederlanders die plotseling hun overtollige kleding doneren, de Syrië crisis in hun achtertuin in beeld gaan brengen of hun huizen open stellen voor vluchtelingen.

Het andere kamp is dat van ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’. Dit kamp wordt vooral gedreven door de angst dat het eigen tuintje onder de voet gelopen wordt. Woordvoerders van dit kamp, zoals Arnold Karskens wiens perspectief op de wereld lijkt te zijn beperkt door over-exposure met het koude opportunisme van de oorlogseconomie, en menig rechts politicus, refereren aan ‘economische’ motieven voor de vlucht en combineren deze referentie met een halfbakken strategie die beweerd dat opvang in de regio veel beter is voor iedereen en uiteindelijk de enige ‘oplossing’ is.

Beide kampen komen samen in de regio, bijvoorbeeld in Libanon. Daar is het de naieve barmhartigheid van de Europese bevolking en de politieke strategie van ‘opvang in de regio’, die samen komen in het VN en non-profit vluchtelingenwezen, maar helaas tot zover nog geen resultaat opleveren. Het probleem met de ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ politiek alsmede die van de naïeve barmhartigen, is dat zij beide compleet gedreven worden door de emoties van de Nederlanders zelf, en niets te maken hebben met enig begrip van de kern van de Syrië of andere vluchtelingen problematieken. Daarom lossen zij niets op en verknopen de eindeloze kluwe alleen maar meer totdat iemand deze alleen nog maar met de botte bijl kan ontwarren.

De situatie ‘in de regio’

Theoretisch is opvang in de regio misschien helemaal niet zo’n gek idee. Het liefst zouden alle Syriërs ‘in de regio’ worden opgevangen, namelijk in hun eigen land, maar voor hen is de Syrië Crisis nu eenmaal geen ver-van-hun-bed show. Al toen ik voor de Arabische Lente begon in Syrië woonde en werkte, werd het mij duidelijk dat achter de facade van Romeinse tempels en Arabische snuisterijen, een diep gecorrumpeerde staat en samenleving schuil ging. Met de Arabische Lente dachten de Syriërs dit in hun naïviteit te veranderen. Een oorlog zonder directe uitkomst is het voorlopige resultaat.

Vervolgens vonden en vinden Syriërs zich in hun buurlanden – Libanon, Jordanië en Turkije. Daar ging de ‘internationale gemeenschap’ al dan niet samen met de nationale overheid van dienst – in Turkije was de overheid het meest voortvarend en daarmee het meest controlerend en beperkend, terwijl Jordanië de problemen in grote stedenkampen concentreerd, en ze in Libanon de eerste jaren de vluchtelingencrisis op hun beloop lieten, zonder centrale leiding.

Wat de proponenten van ‘opvang in de regio’ niet lijken te begrijpen en niet lijken te willen begrijpen, is dat ieder van deze landen net als Nederland hun eigen politiek-sociale dynamiek hebben. Op soortgelijke wijze drijft de politiek van de naieve barmhartigen niet op een begrip van de ellende van de vluchtelingen, maar op de eigen emotie die gepaard gaat met het zien van de verschrikkelijke foto van het aangewassen kindje in Bodrum.

De dynamiek in de regio is er een die zich nog maar net een paar generaties met veel moeite uit de westerse koloniale wurggreep heeft los geworsteld en vervolgens met burgeroorlogen, interne bevolkingspolitiek en collectieve identiteits-schizofrenie geconfronteerd zag. Allemaal problemen die westerse overheden, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven, allen met een dubbele agenda, vervolgens wel voor deze arme mensen op zouden komen lossen. Met averechts resultaat.

In Libanon bijvoorbeeld, waar veel mensen nu veel aan refereren om de gigantische relatieve hoeveelheid vluchtelingen, zijn ze nog steeds niet bekomen van de lokale proxy oorlog die de burgeroorlog daar was en zitten honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen nog steeds weggestopt in kampen te wachten op een oplossing van het Israel – Palestina conflict, waar hun voormalige Europese broodheren hen mee opscheepten.

Ook in Libanon vind je enerzijds barmhartigen en anderzijds mensen met een niet-in-mijn-achtertuin houding. De druk van de laatste jaren en de totaal inadequate manier waarop beide niet functionerende overheid en internationale hulp gemeenschap met deze crisis zijn omgegaan, zorgt ervoor dat het ‘niet-in-mijn-achtertuin’ kamp de overhand heeft gekregen, wat heeft geresulteerd sinds het begin van 2015 in een actieve ontmoedigingspolitiek voor Syrische vluchtelingen, door het instellen van strikte arbeidsquotas en een moeilijk te verkrijgen werkvergunning.

Kortom: het idee om het probleem van de Syrische vluchtelingen in de achtertuin van de buren te gaan oplossen, werkt niet omdat de buren ieder momenteel in hun eigen diepe huwelijkscrisis zitten. Als al deze oplossingen niet werken, komen wij uiteindelijk weer terug bij de kern van het probleem: Dat de westerse gemeenschap vol bombarie en met grote beloften de Syrische mensen vier, vijf jaar geleden steunden in de Arabische Lente, maar toen puntje bij paaltje kwam Assad zijn eigen bevolking liet uitmoorden en Syrië de facto openstelde voor de stichting van een Islamitische terror staat.

Wachten tot het ook hier genoeg pijn begint te doen

Dit brengt mij terug bij het totale gebrek aan kennis en begrip van Nederlanders met wat er bij de buren in Syrië gebeurt. De laatste decennia heeft Nederland zich terug getrokken achter de geraniums van Wilders & Co. De problemen in eigen land, relatief beperkt, hebben ervoor gezorgd dat ons begrip van onze omgeving steeds beperkter is geworden. En zo zien wij veel te laat in dat ‘hun’ problemen onze problemen zijn.

Een maand of wat geleden, woonde ik een academische conferentie over “Syria; Moving Beyond the Stalemate” bij. Een gelauwerde Amerikaanse sociale wetenschapper projecteerde zijn concept van de “wederzijds pijnlijke patstelling” op de Syrië crisis: slechts als het echt pijn gaat doen voor de verschillende partijen zijn zij bereid om tot een oplossing te komen en dan nog is het een lange weg voordat dit ook daadwerkelijk gebeurd.

De conclusie van de conferentie was dat de belangrijkste partijen in het Syrië conflict – de Assad regering, IS, de gematigde oppositie, de koerden, alsook hun internationale steunlanden – zich zo hebben ingegraven, dat een oplossing niet in zicht is.

Maar misschien dat wij het concept van de “wederzijds pijnlijke padstelling” beter op Europa en het Midden Oosten hadden kunnen projecteren. Nadat Europa zijn struisvogelnek jarenlang diep in het zand heeft gestoken, begint de Syrië Crisis hier nu in Europa langzaamaan pijn te doen: Zowel aan onze ogen, wanneer wij kinderen zien aanspoelen aan onze vakantiestranden en aan onze geraniums die tuintje voor tuintje vertrapt zullen worden.

Laten wij hopen dat het snel zoveel pijn begint te doen, dat wij echte oplossingen gaan zoeken voor de vluchtelingenproblematiek. De echte oplossing begint bij het begrijpen van het probleem. Het echte probleem ligt in Syrie en omliggende landen. Het is hoog tijd dat wij een helder beeld krijgen van een probleem dat nu alleen maar vertroebelt wordt door de projectie van de Nederlandse perceptie. Een helder beeld dus vanuit het perspectief van hen die het aan den lijfe ondervinden.

Syrische korte films IFFR: Een blik op een samenleving in hechtenis voor de onthechting

De documentaires van aanstormend Syrisch film talent die tijdelijk buiten Syrië vertoond worden op het Internationaal Rotterdams Film Festival, geven een blik op een gesloten wereld die met de huidige ontwikkelingen geschiedenis lijkt te zijn geworden. Het is een rijk geschakeerd kleurrijk beeld van een land in hechtenis voor de onthechting die nu gaande is. – Rotterdam, Donderdag 2 Januari 2011

Image

Gesprek tussen filmmaker Hazem Alhamwi en Bas Heijne tijdens paneldiscussie Syrische documentaires bij International Film Festival Rotterdam

Zoals Soudade Kaadan, maker van de korte documentaire “Two cities and a prison” opmerkte tijdens de paneldiscussie geleid door Bas Heijne die ’s avonds een dag van Syrische indrukken afsloot, was het thema dat als rode draad door het programma liep een beeld van hechtenis. Een beeld van hechtenis enerzijds en van fundamentele onthechting anderzijds. Onthechting als vlucht. Onthechting als gekte. Of onthechting als enige manier om aan de gekte te ontsnappen.

Het was zoals Bas Heijne opmerkte in tegenstelling tot een vorige generatie filmmakers een klaar en realistisch beeld. Nog steeds met eenzelfde soort metaforische beeldtaal als de vorige generatie gebruikte, maar meer als een bloemlezing van beelden, van “individuele indrukken in plaats van een  collectief statement”, aldus Hazem Alhamwi, maker van “Stone Bird” en “The Right Side of That Road”.

In drie blokken opgedeeld begon donderdag 2 februari met twee films die het leven van twee excentriekelingen  aan de rand van de Syrische samenleving lieten zien. De zogenaamde gekken die de gekte ontvluchten. “Flint Mountain” van Nidal Hassan is een portret van een oude steenhouwer die zich aan het eind van zijn leven als excentrieke zonderling terug trekt in de bergen in het noorden, om daar als ‘waarnemend kunstenaar’ de vormen die de stenen zoals de natuur die heeft gevormd, in een expositie uit te lichten. In “Stone bird” van Hazem Alhamwi staat het contrast van een zonderlinge zwerver met zijn omgeving centraal. Langzaam komt uit de raggen en vodden van Abu Hajar, wat zoiets als “een man met een steen betekend”, een tragisch persoonlijk verhaal naar boven.

Het tweede blok was het meest experimentele van de drie. Vooral de 4 eerste zeer korte films “They were here”, “Before Vanishing”, “The Right Side of That Road” en “City of Emptiness” van respectievelijk Ammar Al-Beik, Joude Gorani, Hazem Alhamwi en Ali Sheikh Khurd, geven een verstilt beeld van een verstilde wereld. Een wereld die in een schoon-tragische staat van verschoten beeld en kleur verkeerde voordat de Syrische revolutie onze nieuwsbulletins bevolkte.

Image

Overzichtsfoto paneldiscussie Syrische documentairemakers Internationaal Film Festival Rotterdam met Bas Heijne. 

“Silence” van Rami Farah, de laatste film van het tweede blok geeft een beeld van de politiek achter deze verstilde ingesloten samenleving. Vanuit het perspectief van een 100 jaar oude man en een lokale Syrische cultureel functionaris wordt de Syrische staatstragedie het verlies van de Golan hoogvlakte verbeeld. Ook deze film over de Golan hoogvlakte in 1967 door Israël ingenomen, die decennialang als afleiding van de binnenlandse misstanden diende, geeft met de huidige opstanden in Syrië een beeld van een nu verdwenen verstilde politieke realiteit.

Tot slot waren er “Two cities and a prison” van Soudade Kaadan en “Foam” van Reem Ali. De eerste film volgt eerst een reizend toneelgezelschap dat sociale issues aan de kaak stelt om vervolgens in ‘close-up’ de jongens in een jeugdgevangenis die aan een soortgelijk toneelproject mee doen, te filmen. Terwijl het eerste deel van de film vooral de sociale stugheid van de ingesloten Syrische samenleving in beeld brengt, geeft het tweede deel van de film uiting van binnenuit aan de fysiek geslotenheid van Syrië. De film excelleert vooral door de haarfijne close-ups van de ogen, de wangen, de lippen en de wimpers van de jongens (om hen niet herkenbaar in beeld te brengen).

“Foam” geeft in eerste instantie een licht beeld van een verstandelijk gehandicapte man. Door en om deze man heen, wordt echter langzaam het tragische verhaal verteld van zijn zus, die jarenlang vast heeft gezeten als communiste in Syrische gevangenissen. Het contrast tussen de ogenschijnlijke onbevangenheid van de man en de zwaarte van de last van zijn zus, is op pakkende wijze een metafoor voor de pure schoonheid van Syrië en zijn mensen, en de zwaarte van hun lot.

In zijn geheel geeft het perspectief van korte Syrische documentaires een beeld van een samenleving die voor velen ver weg lijkt, maar het laatste jaar opeens dichterbij is gekomen. Voor de onbekende kijker is het waarschijnlijk eerst een onwennig beeld, met een beeldtaal die nog hier en daar de experimentele naïviteit van een ingesloten samenleving draagt. Maar deze documentaires geven ook een blik op de schoonheid van een land dat decennialang het afgesloten hart van het Midden Oosten vormde.

Image

Debat in de zaal met filmmaakster Reem Ali tijdens paneldiscussie Syrische documentaires bij International Film Festival Rotterdam.

Als een steen, die als je hem openbreekt een overvloed aan kleur geeft, geven deze beelddocumenten een blik in een wereld die nu ook van binnenuit verbrokkelt. Maar zoals Reem Ali aan het einde van de paneldiscussie in het Arabisch zei: “Nu de revolutie zich over Syrië uitspreid begrijpen wij waarom de vorige generatie symbolen gebruikte. Maar wij gaan niet terug naar symbolen, nu wij aan de revolutie zijn begonnen, blijven wij ‘direct’” en realistisch.”

Ruben Elsinga heeft Internationale Betrekkingen gestudeerd aan de London School of Economics and Political Science (LSE) waar hij zich specialiseerde in de studie van het Midden Oosten en de verhouding tussen religie en politiek. Na zijn studie heeft hij anderhalf jaar in Syrië gewoond, waar hij werkte voor het Nederlands Academisch Instituut en onder andere het filmprogramma organiseerde. Hij publiceert onder andere over het Midden Oosten op het blog van het Goethe Institut in Cairo http://blog.goethe.de/transit/ en op zijn eigen blog http://www.rubenelsinga.wordpress.com

Frightful ‘Lebanese prospects’ in Syria

Published tuesday july 12th 2011, Goethe Institut Cairo blog

“Was this all it meant then, the Beirut front line, a mile-wide avenue of sepulchral ruins that stretched from the port all the way out to Galerie Semaan, even to the foothills of the Chouf Mountains? How easily we were misled.”…

“How simply we believed that this wasteland was the immediate effect of social antagonism, community tension, civil war. How little we realized that the front line was a focus, that it was important to the Lebanese, the only way to define the indefinable, the only method by which those who had suffered – which meant every Lebanese – could uniquely understand the nature of calamity that had come upon them.” …

“In truth, the Beirut front line could not be repaired, restructured, rebuilt or re-roofed because it had become necessary for the Lebanese. It was a reference point without which the tragedy could not be expressed. It represented the cruelest of all front lines, one that lay deep within the minds of all who lived in Lebanon and all who came there.” …

“For we had all been fooled, even the Lebanese themselves. We believed in the idea of national catastrophe, of national renewal, of political renaissance. We thought that an identity existed beyond the civil conflict. We were taken in by the lies which the Lebanese told about themselves; we had to believe we had not seen the blood on the stairs.”
Robert Fisk, Pity the Nation (p. 52)

Robert Fisk’s words on Lebanon sound prophetic of the situation unfolding in Syria. The violent stand-off between the people and the Syrian government is reminiscent of the first moments in the Lebanese civil war: A government dominated by a de facto minority – in Lebanon the Maronite Christians, in Syria the Alawites – is under public pressure, and blunders.

The second parallel is the recent indictment of members of the Hizbollah for the murder of Rafiq Hariri, by the Lebanon tribunal in Leidschendam, the Netherlands. Suddenly, the situation six years ago resurfaces in my mind’s eye: Syria was still an occupying force in Lebanon and, if not directly related to the murder of Rafiq Hariri, at least very closely related to the Hizbollah, the party now regarded as the powerbase behind the deadly attack on the Lebanese prime-minister. Syria has withdrawn its troops from Lebanese soil since. Five years later Syria is at war with itself.

Poster by the Arab Socialist Baath Party in Lebanon of Hafez al Assad, former president of Syria and father of current president Bashar al Assad (1987). It reads: “7. April. One Arab nation with an eternal message”.
Source: “Off the Wall; Political posters of the Lebanese Civil War” by Zeina Maasri

Reading and writing on the deteriorating situation in Syria, what continues to worry me is how inappropriate our frameworks of reference are. Just as Fisk and his contemporaries were fooled, we are being fooled today, and continue to fool ourselves. “We” being the Syrian opposition, the Syrian government and the international community.

Meanwhile a front is created. A front in almost every town, every city and every heart. It is not clear who is fighting whom, and what for. What remains are the squares, where people demonstrate before the tanks roll in and hearts are torn between fighting for one’s ‘future’, ever insecure, and for one’s life today. Like the Lebanese frontline running through Beirut, the frontline scattered across Syria is fast becoming the only focal point for the Syrian people, the Syrian government and the international community.

It is this mental and physical front, which Fisk recalls for Lebanon, that really worries me. As the frontline sharpens, the parties on either side fade. What are the Syrian government’s plans beyond quelling the opposition? How does the Syrian opposition define itself in such a dispersed and desperate situation? How does the international community choose sides or keep the different parties apart?

Peace keeps retreating as the answers dissolve. Soon, blaming the government or the opposition will become obsolete, as the country is torn apart.

The difference to the Lebanese civil war is, we are less optimistic about Syria. We no longer think this is temporary. Lebanese history has made us aware of the dangers of an unstable Syria. But the absence of the Lebanese chimera, of snow-topped mountains and the bulging sea of the ‘Paris of the Orient”, makes it easier for us to withdraw our hands, to cast down our eyes, of what is only about to unfold.

Ruben Elsinga has an MSc. in International Relations from the London School of Economics and Political Science (LSE). He lived in Damascus, Syria, for one and a half years, where he worked at the Netherlands Institute of Academic Studies.

De Syrische revolte en het lot van mijn vriend Amjad Baiazy: een onmogelijke vlucht uit een onmogelijke situatie


De afgelopen maanden is in Syrië een proces gestart van vrijmaking, een vlucht naar voren en naar een beter bestaan met meer respect van de overheid voor de bevolking. Ik weet nog goed dat mijn vriend Amjad Baiazy, waarover eerder in de webeditie van NRC Handelsblad een artikel is verschenen, op die noot vol hoop naar Syrië vertrok. Hij dacht werkelijk een verschil te kunnen maken. Nu lijkt de Syrische vlucht echter vast te lopen in een impasse die zich manifesteert in de strijd tussen regering en oppositie. Mijn vriend Amjad zit symbolisch al bijna een maand vast in een gevangenis van de Syrische geheime dienst.

Op mijn facebook pagina vermengd in de tussentijd al maanden zwaar geladen revolutionaire retoriek van vrienden uit het oppositionele kamp zich met de ouderwetse propagandistische steunbetuiging voor Bashar al Assad van andere vrienden.  De oppositie en regering lijken daarmee lege spiegelbeeld te zijn van elkaar, alsof twee spoken die voor de spiegel hun spierballen rollen.

Naast hoop voor de toekomst is wat de revoltes in Syrië en de rest van het Midden Oosten gemeen hebben een gebrek aan concrete daadkracht en een goed gefundeerd plan voor de toekomst. Concrete plannen voor de toekomst of de weg naar zo’n betere toekomst zijn bij de regeringen loze beloften gebleken en moeten bij de oppositie nog gevormd worden. Tegelijkertijd verschanst zowel de regering als de oppositie zich meer en meer achter diepgewortelde sektarische en religieuze facades.

Dit vergroot de kans dat de revoltes verworden van kwaad tot erger.  De roep op een betere toekomst in mijn vriend Amjad Baiazy’s  woorden van anderhalve maand geleden  versterft nu in  de kerkers van de Syrische geheime dienst. De roep om vrijheid gehoord op Tahrir square lijkt in Syrië te verworden tot een anarchie waarbij gewapende bendes politiemensen vermoorden, na eerder hetzelfde te hebben gedaan met onschuldige alawieten.

De onmogelijkheid van de vlucht uit een net zo onmogelijke situatie lijkt daarmee te liggen in twee duivelse dilemma’s. Enerzijds ligt er een duivels dilemma besloten in de tijd: tussen een problematische recente geschiedenis die voor velen geen significante vooruitgang liet zien en een zeer onzekere toekomst, die mogelijk in Syrië zal leiden tot burgeroorlogen zoals in Libanon en Irak.

Anderzijds is er het duivelse dilemma van de keuze voor de regering of de oppositie. Een keuze die zowel de tot voor kort terughoudende en neutrale Syrische bevolking als de internationale gemeenschap zwaar valt.  Het probleem ligt in het feit dat zowel regering als oppositie in wezen niet te vertrouwen zijn. De regering wordt grotendeels geleid door diep ingegraven gevestigde belangen van de veiligheidsdiensten en de mensen hieromheen, vaak van alawitische huize. De oppositie dreigt te worden gekaapt door het gewapende verzet dat discutabele plannen heeft met Syrische minderheden.

Daarbij is de wervelwind die nu door Syrië en het verdere Midden Oosten raast een explosieve uiting  van de negatieve spiraal van economische stagnatie, een totaal vastgelopen rechtstaat en een samenleving die door en door corrupt is. Een situatie die terug gaat niet alleen op een regering die door en door autoritair is, maar ook op een samenleving die niet geleerd heeft op vredige manier politieke geschillen op te lossen en daarmee terugslaat op de basis van een primair oog-om-oog, tand-om-tand.

Inertia en stagnatie was het gevolg van deze maatschappelijke impasse in recente decennia, een situatie die zich nu steeds meer uit  in gewapend conflict.  Het is de harde constatering van deze terugkerende negatieve spiraal die noopt tot de conclusie dat de kern van het probleem niet alleen ligt bij de regering, maar veeleer ook in de Syrische samenleving zelf.

Slaan de problemen in Syrië terug op een onderdrukt tribalisme? Of is het probleem de perversie van de autoritaire staat die zich heeft ingevreten in de gevreesde almacht van de geheime dienst? Zijn het de soennieten en de Moslim Broederschap die de problemen veroorzaken of de alawieten en hun shiítische bondgenoten in Iran? Is het de internationale gemeenschap en Israel die met hun annexatie van de Golan en hun sancties Syrië in het verderf storten? Of is het de regering die verstrikt raakt in zijn eigen verdeel-en-heers politiek? In Syrië is er geen antwoord op een vraag zonder tegenvraag en zo lijkt het oog-om-oog en tand-om-tand van de Syrische straat van vandaag te worden gespiegeld door een retorisch vraag-en-tegenvraag.

Niet alleen de bevolking en de internationale gemeenschap ziet zich voor deze onbeantwoordbare vragen gesteld, maar ook de regering en de oppositie. Voor de regering uit de uitzichtloosheid van de impasse zich in een desperate poging de crisis weg te martelen om vervolgens algemene politieke amnestie af te kondigen. President Bashar al-Assad bijvoorbeeld zit vast zit tussen de noodzaak koste wat kost zijn macht te behouden om zo niet zelf te sneuvelen en het levensbelang dat ligt in het niet vervreemden van de bevolking dat ook voor zijn uiteindelijke teloorgang zal zorgen.

Bij sommige groepen van de oppositie uit de frustratie zich door de moord op een ieder die enigszins aan de regering verwant is zoals politieagenten en leden van de alawitische sekten. Andere vredige protestanten zoals mijn vriend Amjad Baiazy zitten nu vast in een cel van de Syrische geheime dienst omdat zij kans dachten te zien om iets wezenlijks te veranderen in hun thuisland. Zoals Bashar al-Assad in zijn eigen macht verstrikt raakt, kwam de vreedzame oppositie uiteindelijk in hun eigen hoop verstrikt te zitten.

Zo lijkt Syrië langzaam verstrikt te raken in de vlucht van zichzelf en lijkt mijn vriend Amjad Baiazy diep in een Syrische cel martelaar te worden van het tragische lot van dit niet lang geleden nog zo trotse land. De internationale gemeenschap en met hen ikzelf wachten af, al dan niet met de handen in het haar.

 

Ruben Elsinga heeft Internationale Betrekkingen gestudeerd aan de London School of Economics and Political Science (LSE) waar hij zich specialiseerde in de studie van het Midden Oosten en de verhouding tussen religie en politiek. Na zijn studie heeft hij anderhalf jaar in Syrië gewoond, waar hij werkte voor het Nederlands Academisch Instituut. Hij publiceert onder andere over het Midden Oosten op het blog van het Goethe Institut in Cairo http://blog.goethe.de/transit/ en op zijn eigen blog www.rubenelsinga.wordpress.com