Tag Archives: syria

Wachten tot het ook bij ons genoeg pijn gaat doen

Toen vorig jaar mijn vriend en studiegenoot op weg naar Bali in de MH17 uit de lucht geschoten werd, en ik in Nederland terugkeerde nadat ik een leraren trainingsprogramma voor Syrische vluchtelingen in Libanon had opgezet, werd het mij pijnlijk duidelijk hoe ver Syrië en de Oekraïne van de gemiddelde Nederlander af liggen. Mijn waarschuwingen dat het niet lang zou duren voordat de gigantische problemen die zich aan de deur van Europa ophopen, ook ons fort zouden binnendringen, werden toen nog niet serieus genomen: Komen die tijden, komen die plagen. Nu: de eerste ‘vluchtelingen’ plaag is gearriveerd.

Door: Ruben Elsinga, Center for Middle Eastern Studies, Lund University, Sweden

 De ‘naïeve barmhartigen’ en het ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ kamp

Als iemand die zich al vele jaren vooral bezig houdt met de Syrische crisis ‘in de regio’, onder andere in Libanon waar mijn kleine NGO onder andere al 2 jaar leraren training geeft aan Syrische vluchtelingen,  weerspiegelt de traan die van het Nederlandse collectieve gelaat druppelt na het zien van dat ene aangewassen kind op het strand van Bodrum, niet alleen de allang vertroebelde medemenselijkheid, maar vooral ook de totale vervreemding van Nederland en Europa met zijn omgeving.

Twee kampen beginnen zich te vormen. Allereerst is er het kamp van de naïeve barmhartigen. Met het verschijnen van de foto van het jongetje in Bodrum, is dit kamp nieuw leven in geblazen, nadat het jarenlang in slaap gesukkeld was sinds de eerste spannende naïef hoopvolle jaren van de vroege Arabische lente. Dit kamp zwelt aan met goed bedoelende Nederlanders die plotseling hun overtollige kleding doneren, de Syrië crisis in hun achtertuin in beeld gaan brengen of hun huizen open stellen voor vluchtelingen.

Het andere kamp is dat van ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’. Dit kamp wordt vooral gedreven door de angst dat het eigen tuintje onder de voet gelopen wordt. Woordvoerders van dit kamp, zoals Arnold Karskens wiens perspectief op de wereld lijkt te zijn beperkt door over-exposure met het koude opportunisme van de oorlogseconomie, en menig rechts politicus, refereren aan ‘economische’ motieven voor de vlucht en combineren deze referentie met een halfbakken strategie die beweerd dat opvang in de regio veel beter is voor iedereen en uiteindelijk de enige ‘oplossing’ is.

Beide kampen komen samen in de regio, bijvoorbeeld in Libanon. Daar is het de naieve barmhartigheid van de Europese bevolking en de politieke strategie van ‘opvang in de regio’, die samen komen in het VN en non-profit vluchtelingenwezen, maar helaas tot zover nog geen resultaat opleveren. Het probleem met de ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ politiek alsmede die van de naïeve barmhartigen, is dat zij beide compleet gedreven worden door de emoties van de Nederlanders zelf, en niets te maken hebben met enig begrip van de kern van de Syrië of andere vluchtelingen problematieken. Daarom lossen zij niets op en verknopen de eindeloze kluwe alleen maar meer totdat iemand deze alleen nog maar met de botte bijl kan ontwarren.

De situatie ‘in de regio’

Theoretisch is opvang in de regio misschien helemaal niet zo’n gek idee. Het liefst zouden alle Syriërs ‘in de regio’ worden opgevangen, namelijk in hun eigen land, maar voor hen is de Syrië Crisis nu eenmaal geen ver-van-hun-bed show. Al toen ik voor de Arabische Lente begon in Syrië woonde en werkte, werd het mij duidelijk dat achter de facade van Romeinse tempels en Arabische snuisterijen, een diep gecorrumpeerde staat en samenleving schuil ging. Met de Arabische Lente dachten de Syriërs dit in hun naïviteit te veranderen. Een oorlog zonder directe uitkomst is het voorlopige resultaat.

Vervolgens vonden en vinden Syriërs zich in hun buurlanden – Libanon, Jordanië en Turkije. Daar ging de ‘internationale gemeenschap’ al dan niet samen met de nationale overheid van dienst – in Turkije was de overheid het meest voortvarend en daarmee het meest controlerend en beperkend, terwijl Jordanië de problemen in grote stedenkampen concentreerd, en ze in Libanon de eerste jaren de vluchtelingencrisis op hun beloop lieten, zonder centrale leiding.

Wat de proponenten van ‘opvang in de regio’ niet lijken te begrijpen en niet lijken te willen begrijpen, is dat ieder van deze landen net als Nederland hun eigen politiek-sociale dynamiek hebben. Op soortgelijke wijze drijft de politiek van de naieve barmhartigen niet op een begrip van de ellende van de vluchtelingen, maar op de eigen emotie die gepaard gaat met het zien van de verschrikkelijke foto van het aangewassen kindje in Bodrum.

De dynamiek in de regio is er een die zich nog maar net een paar generaties met veel moeite uit de westerse koloniale wurggreep heeft los geworsteld en vervolgens met burgeroorlogen, interne bevolkingspolitiek en collectieve identiteits-schizofrenie geconfronteerd zag. Allemaal problemen die westerse overheden, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven, allen met een dubbele agenda, vervolgens wel voor deze arme mensen op zouden komen lossen. Met averechts resultaat.

In Libanon bijvoorbeeld, waar veel mensen nu veel aan refereren om de gigantische relatieve hoeveelheid vluchtelingen, zijn ze nog steeds niet bekomen van de lokale proxy oorlog die de burgeroorlog daar was en zitten honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen nog steeds weggestopt in kampen te wachten op een oplossing van het Israel – Palestina conflict, waar hun voormalige Europese broodheren hen mee opscheepten.

Ook in Libanon vind je enerzijds barmhartigen en anderzijds mensen met een niet-in-mijn-achtertuin houding. De druk van de laatste jaren en de totaal inadequate manier waarop beide niet functionerende overheid en internationale hulp gemeenschap met deze crisis zijn omgegaan, zorgt ervoor dat het ‘niet-in-mijn-achtertuin’ kamp de overhand heeft gekregen, wat heeft geresulteerd sinds het begin van 2015 in een actieve ontmoedigingspolitiek voor Syrische vluchtelingen, door het instellen van strikte arbeidsquotas en een moeilijk te verkrijgen werkvergunning.

Kortom: het idee om het probleem van de Syrische vluchtelingen in de achtertuin van de buren te gaan oplossen, werkt niet omdat de buren ieder momenteel in hun eigen diepe huwelijkscrisis zitten. Als al deze oplossingen niet werken, komen wij uiteindelijk weer terug bij de kern van het probleem: Dat de westerse gemeenschap vol bombarie en met grote beloften de Syrische mensen vier, vijf jaar geleden steunden in de Arabische Lente, maar toen puntje bij paaltje kwam Assad zijn eigen bevolking liet uitmoorden en Syrië de facto openstelde voor de stichting van een Islamitische terror staat.

Wachten tot het ook hier genoeg pijn begint te doen

Dit brengt mij terug bij het totale gebrek aan kennis en begrip van Nederlanders met wat er bij de buren in Syrië gebeurt. De laatste decennia heeft Nederland zich terug getrokken achter de geraniums van Wilders & Co. De problemen in eigen land, relatief beperkt, hebben ervoor gezorgd dat ons begrip van onze omgeving steeds beperkter is geworden. En zo zien wij veel te laat in dat ‘hun’ problemen onze problemen zijn.

Een maand of wat geleden, woonde ik een academische conferentie over “Syria; Moving Beyond the Stalemate” bij. Een gelauwerde Amerikaanse sociale wetenschapper projecteerde zijn concept van de “wederzijds pijnlijke patstelling” op de Syrië crisis: slechts als het echt pijn gaat doen voor de verschillende partijen zijn zij bereid om tot een oplossing te komen en dan nog is het een lange weg voordat dit ook daadwerkelijk gebeurd.

De conclusie van de conferentie was dat de belangrijkste partijen in het Syrië conflict – de Assad regering, IS, de gematigde oppositie, de koerden, alsook hun internationale steunlanden – zich zo hebben ingegraven, dat een oplossing niet in zicht is.

Maar misschien dat wij het concept van de “wederzijds pijnlijke padstelling” beter op Europa en het Midden Oosten hadden kunnen projecteren. Nadat Europa zijn struisvogelnek jarenlang diep in het zand heeft gestoken, begint de Syrië Crisis hier nu in Europa langzaamaan pijn te doen: Zowel aan onze ogen, wanneer wij kinderen zien aanspoelen aan onze vakantiestranden en aan onze geraniums die tuintje voor tuintje vertrapt zullen worden.

Laten wij hopen dat het snel zoveel pijn begint te doen, dat wij echte oplossingen gaan zoeken voor de vluchtelingenproblematiek. De echte oplossing begint bij het begrijpen van het probleem. Het echte probleem ligt in Syrie en omliggende landen. Het is hoog tijd dat wij een helder beeld krijgen van een probleem dat nu alleen maar vertroebelt wordt door de projectie van de Nederlandse perceptie. Een helder beeld dus vanuit het perspectief van hen die het aan den lijfe ondervinden.

Dogville, Syria, Tribute to Bahraa Hijazi

Dogville, Syria,

Tribute to Bahraa Hijazi

By Ruben Elsinga

It was the autumn of 2008, I had just graduated from the London School of Economics. Disillusioned not only with the human ability to rise above itself through reason, but also prompted by the démasqué of the international financial system, I left London and civilization as I knew it. I rejoiced tragically in the escapist belief that the world of lies was crumbling behind me as I speeded away to one of the only places I knew that world had not reached yet: Damascus, Syria. In this secluded place nothing had happened for decades. For thirty years it had remained virtually untouched and was just starting to awaken from its sleep.

Just like in Dogville. Dogville is a movie by Lars von Trier starring Nicole Kidman in a transparent scenery up a dead-end mountain road.  Dogville’s people had not seen many outsiders, until a refugee from the world down the mountain came to seek shelter. The people of Dogville did not know who the refugee was or where she came from. Her name is Grace. Grace first finds shelter in return for her manual labor. The world from down-the-mountain kept creeping up the hill though, as it came looking for its lost Grace. As the world from down the mountain crept into Dogville, Grace increasingly compromised herself to keep the shelter given  by the town, until she became a total slave to it.

It is when  Grace loses her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville after they have enslaved her, not out of bad intent  but out of the slur of a lack of perspective in life that makes the best of men fall back on the mere power they hold over others, that Grace her father, a maffiaboss, comes rolling up the mountain road. He simply confronts her with her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville. She is tired, and the more disillusioned. She gives in and gives up. The grieve the people of Dogville have caused her has killed her belief in their goodness. As Grace was compromised too much, no forgiveness was left in her heart and she could do nothing but ask her father to burn Dogville down to the bone, leaving only a bone for the dog she had once taken it from.

And so it is with Syria where the initial belief in the beauty of the country and the goodness of its people has gradually been overgrown by the bad weeds of the muhabarat (the Syrian secret service), systematic corruption and the rule of the lazy, the stupid and the weak.  I left the country disillusioned in June of 2010 and now understand that the démasqué  of the lie of the City of London was nothing compared to the lie of Damascus. Soon Grace showed her teeth during the Arab Spring and forces unleashed calling for an end to the regime.

But unlike in the movie there is no international community creeping up the mountain. And the Syrian government will not let Grace, the Syrian people, go. Dogville asserts itself and enslaves Grace, my brave Syrian friends, once and again, with brute desperate force. This is the sad conclusion of a world where Dogville is real: There is no Grace that has the last say.  But equally real is the hope residing in the the people of Syria, who do oppose the Dogvillish rule of its system in their hearts, with grace.

Dogville, Syria, Tribute to Bahraa Hijazi

Dogville, Syria,

Tribute to Bahraa Hijazi

By Ruben Elsinga

It was the autumn of 2008, I had just graduated from the London School of Economics. Disillusioned not only with the human ability to rise above itself through reason, but also prompted by the démasqué of the international financial system, I left London and civilization as I knew it. I rejoiced tragically in the escapist belief that the world of lies was crumbling behind me as I speeded away to one of the only places I knew that world had not reached yet: Damascus, Syria. In this secluded place nothing had happened for decades. For thirty years it had remained virtually untouched and was just starting to awaken from its sleep.

Just like in Dogville. Dogville is a movie by Lars von Trier starring Nicole Kidman in a transparent scenery up a dead-end mountain road.  Dogville’s people had not seen many outsiders, until a refugee from the world down the mountain came to seek shelter. The people of Dogville did not know who the refugee was or where she came from. Her name is Grace. Grace first finds shelter in return for her manual labor. The world from down-the-mountain kept creeping up the hill though, as it came looking for its lost Grace. As the world from down the mountain crept into Dogville, Grace increasingly compromised herself to keep the shelter given  by the town, until she became a total slave to it.

It is when  Grace loses her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville after they have enslaved her, not out of bad intent  but out of the slur of a lack of perspective in life that makes the best of men fall back on the mere power they hold over others, that Grace her father, a maffiaboss, comes rolling up the mountain road. He simply confronts her with her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville. She is tired, and the more disillusioned. She gives in and gives up. The grieve the people of Dogville have caused her has killed her belief in their goodness. As Grace was compromised too much, no forgiveness was left in her heart and she could do nothing but ask her father to burn Dogville down to the bone, leaving only a bone for the dog she had once taken it from.

And so it is with Syria where the initial belief in the beauty of the country and the goodness of its people has gradually been overgrown by the bad weeds of the muhabarat (the Syrian secret service), systematic corruption and the rule of the lazy, the stupid and the weak.  I left the country disillusioned in June of 2010 and now understand that the démasqué  of the lie of the City of London was nothing compared to the lie of Damascus. Soon Grace showed her teeth during the Arab Spring and forces unleashed calling for an end to the regime.

But unlike in the movie there is no international community creeping up the mountain. And the Syrian government will not let Grace, the Syrian people, go. Dogville asserts itself and enslaves Grace, my brave Syrian friends, once and again, with brute desperate force. This is the sad conclusion of a world where Dogville is real: There is no Grace that has the last say.  But equally real is the hope residing in the the people of Syria, who do oppose the Dogvillish rule of its system in their hearts, with grace.

Escape from Captivity: Syrian short documentaries at the International Film Festival Rotterdam

The documentaries made by young Syrian documentary film makers that are shown outside of Syria now, did visit the International Rotterdam Film Festival last week. They gave a peak into a vanishing world in captivity. But as in the streets of the Syrian cities revolutionaries are breaking through the mental and physical barricades of the Assad regime, the films show an image in which the beauty of a naïf humanity is breaking through grey social image the world has of Syria.

Image

Panel discussion Syrian filmmakers with moderator Bas Heijne at International Film Festival Rotterdam. 

Something that features in all of the Syrian films shown at the festival, for the mere fact that they are Syrian, is a sense of escape from captivity, like Soudade Kaadan, maker of the short documentary “Two cities and a prison” remarked at the final panel discussion. It is this escapism, often into emptiness, that also strikes the viewer most. It is an escape from a world that is hard as stone. A world that leaves human individuals no place but at the fringes of society: Spacially, mentally, socially. The movies show the different ways man gives color and beauty to this exile of humanity.

The first bloc shown on Thursday february 2nd had a substance hard as stone. The first movie “Flint Mountain” by Niddal Hassan is a portrait of an old stonemason that choose the recluse of the mountains over the life down the hill. As a newfound ‘finder of artistic stone’, he revamped himself  as a suffering artist, a recognizers of the impenetrable beauty of the physically hard reality of Syria.  “Stone bird” by Hazem Alhamwi is a portrait of “Abu Hajar”, “Man with a stone”, half madman, half reflection of a mad society. From the rags and lumps of clothing’s that cover him rises a tragic human story for which there was no place in a rigid Syrian society. Instead of engaging in that society, Abu Hajar chooses the life of a vagabond.

Image

Filmmaker Hazem Alhamwi explainign something to moderator Bas Heijne at panel discussion Syrian documentaries International Film Festival Rotterdam. 

The second bloc of films which was more experimental, showed a more impressionistic image of Syria. Especially the first 4 short films “They were here”, “Before Vanishing”, “The Right Side of That Road” en “City of Emptiness” by respectively Ammar Al-Beik, Joude Gorani, Hazem Alhamwi and Ali Sheikh Khurd, are stills of a still society. The docs show the tragic beauty of Syria. A beauty distilled in images of vanishing rivers, disappearing industrial entrepreneurship and a road lost in history.

“Silence” by Rami Farah, gives an idea of the political world behind this tragic beauty as it investigates the Golan city of Qamishli, which is the only city the Syrians won back from Israël during the 1973 war.  From the perspective of a 100 year old man and a Syrian government employee in Qamishli, two images rise of the tragic story that kept internal political disconcert quiet for so long in Syria.

In the last two movies “Two cities and a prison” by Soudade Kaadan and “Foam” by Reem Ali, the stone of Syrian society breaks open and shows some of the naive beauty it has to offer. In the first movie we see the cute interaction of actors and their public during an interactive play travelling different Syrian cities and the expressions of some youngsters in youth prison in Damascus when they participate in a similar interactive acting project. Through the sharp close-ups especially of the young prisoners, a picture distills of lively people who start to think inside the box. A process that led to the box breaking open during the enduring revolts in Syria of the moment.

A somewhat similar meaning can be distilled from “Foam” in which through the portrait of a mentally impaired man, the story of the world around him is reflected. The lightness and touching naiveté of the man contrasts starkly with the heaviness of his sister, who as a political prisoner spent years in Syrian jails and is still jailed within the confines of a rigid Syrian society. It is the lightness though of the man that gives beauty to the heaviness of the woman. And it is this tragic interaction of free human imagination and strict social and political confines that runs through the movies as a tragic thread that is turning increasingly red with the civil war currently unfolding in the country.

Image

Filmmaker Reem Ali (left) in discussion with the public at panel discussion Syrian Documentaries at International Film Festival Rotterdam. 

The movies show an image of vivid humanity, vivid imagination and creative exploration. In terms of cinematography the films show the move away from the metaphoric symbolism of the past generation of Syrian filmmakers, towards what maker of “Stone Bird” and “The Right Side of That Road” Hazem Alhamwi calls a greater individualism. As moderator Bas Heijne describes it “Individual impressions take the place of a collective statement”.

It is this change in the Syrian films shown at the festival in exile, that connects most with current events in the country in which individual self-expression is no longer pushed to the fringes, but is breaking open in its heart. From the shadow where no one can see it, in youth prison, on the mountain or in a mad man, break the first spots of light for Syrian self-expression and self-assertion.

Like the stone depicting Syria and that is breaking open as we speak, these documentaries give an image of color, life and beauty that through piles of rubble is to grow and blossom in the future. The first hints of free expressive beauty give optimism of what the Syrian people and Syrian film has to offer. First there are battles to be fought though both in real life and artistically. To quote filmmaker Reem Ali’s closing statement: “Now the revolution spreads around Syria we start to understand why the last generation of filmmakers used symbols in fear of repression. But we are not returning to symbolism. Now the revolution has started we will fight ‘directly’ and with realism for a real world.”

Image

Filmmaker Hazem Alhamwi singing his ‘encore’ at the end of the panel discussion on Syrian documentary film making at International Film Festival Rotterdam. 

Ruben Elsinga holds a MSc. in International Relations from the London School of Economics and Political Science (LSE). He lived in Damascus, Syria, for one and a half years, where he worked at the Netherlands Institute of Academic Studies. Beside on this blog he publishes in other Dutch and international media and on his own blog www.rubenelsinga.wordpress.com on the Middle East and on identity politics. 

Frightful ‘Lebanese prospects’ in Syria

Published tuesday july 12th 2011, Goethe Institut Cairo blog

“Was this all it meant then, the Beirut front line, a mile-wide avenue of sepulchral ruins that stretched from the port all the way out to Galerie Semaan, even to the foothills of the Chouf Mountains? How easily we were misled.”…

“How simply we believed that this wasteland was the immediate effect of social antagonism, community tension, civil war. How little we realized that the front line was a focus, that it was important to the Lebanese, the only way to define the indefinable, the only method by which those who had suffered – which meant every Lebanese – could uniquely understand the nature of calamity that had come upon them.” …

“In truth, the Beirut front line could not be repaired, restructured, rebuilt or re-roofed because it had become necessary for the Lebanese. It was a reference point without which the tragedy could not be expressed. It represented the cruelest of all front lines, one that lay deep within the minds of all who lived in Lebanon and all who came there.” …

“For we had all been fooled, even the Lebanese themselves. We believed in the idea of national catastrophe, of national renewal, of political renaissance. We thought that an identity existed beyond the civil conflict. We were taken in by the lies which the Lebanese told about themselves; we had to believe we had not seen the blood on the stairs.”
Robert Fisk, Pity the Nation (p. 52)

Robert Fisk’s words on Lebanon sound prophetic of the situation unfolding in Syria. The violent stand-off between the people and the Syrian government is reminiscent of the first moments in the Lebanese civil war: A government dominated by a de facto minority – in Lebanon the Maronite Christians, in Syria the Alawites – is under public pressure, and blunders.

The second parallel is the recent indictment of members of the Hizbollah for the murder of Rafiq Hariri, by the Lebanon tribunal in Leidschendam, the Netherlands. Suddenly, the situation six years ago resurfaces in my mind’s eye: Syria was still an occupying force in Lebanon and, if not directly related to the murder of Rafiq Hariri, at least very closely related to the Hizbollah, the party now regarded as the powerbase behind the deadly attack on the Lebanese prime-minister. Syria has withdrawn its troops from Lebanese soil since. Five years later Syria is at war with itself.

Poster by the Arab Socialist Baath Party in Lebanon of Hafez al Assad, former president of Syria and father of current president Bashar al Assad (1987). It reads: “7. April. One Arab nation with an eternal message”.
Source: “Off the Wall; Political posters of the Lebanese Civil War” by Zeina Maasri

Reading and writing on the deteriorating situation in Syria, what continues to worry me is how inappropriate our frameworks of reference are. Just as Fisk and his contemporaries were fooled, we are being fooled today, and continue to fool ourselves. “We” being the Syrian opposition, the Syrian government and the international community.

Meanwhile a front is created. A front in almost every town, every city and every heart. It is not clear who is fighting whom, and what for. What remains are the squares, where people demonstrate before the tanks roll in and hearts are torn between fighting for one’s ‘future’, ever insecure, and for one’s life today. Like the Lebanese frontline running through Beirut, the frontline scattered across Syria is fast becoming the only focal point for the Syrian people, the Syrian government and the international community.

It is this mental and physical front, which Fisk recalls for Lebanon, that really worries me. As the frontline sharpens, the parties on either side fade. What are the Syrian government’s plans beyond quelling the opposition? How does the Syrian opposition define itself in such a dispersed and desperate situation? How does the international community choose sides or keep the different parties apart?

Peace keeps retreating as the answers dissolve. Soon, blaming the government or the opposition will become obsolete, as the country is torn apart.

The difference to the Lebanese civil war is, we are less optimistic about Syria. We no longer think this is temporary. Lebanese history has made us aware of the dangers of an unstable Syria. But the absence of the Lebanese chimera, of snow-topped mountains and the bulging sea of the ‘Paris of the Orient”, makes it easier for us to withdraw our hands, to cast down our eyes, of what is only about to unfold.

Ruben Elsinga has an MSc. in International Relations from the London School of Economics and Political Science (LSE). He lived in Damascus, Syria, for one and a half years, where he worked at the Netherlands Institute of Academic Studies.

The Syrian revolt and the fate of my friend Amjad Baiazy: an impossible escape from an impossible situation

By: Ruben Elsinga

In the last months a surge for dignity, freedom and respect has unfolded in the Middle East. I remember how my friend Amjad Baiazy left on that note to his homeland Syria. He seriously thought he could make a difference in Syria for the better. Now the Syrian plight for dignity is getting stuck in an impasse that manifests itself in a battle between government and opposition. Symbolically our friend Amjad has been imprisoned for almost a month now by the Syrian secret service. Little more is known about his fate.

In the meanwhile my facebook page shows a mix of messages from friends with both the oppositional camp’s strong revolutionary rhetoric and the propagandistic messages of the pro-government camp. And so, like two ghosts rolling their muscles in mirror image of each other, the two camps are heading for collision.

Other then hope for the future, the revolutions in Syria and the rest of the Middle East have a lack of a thorough plan and lack of a concrete productive attitude  in common. When coming from the government plans have proven hollow promises and the opposition seems to lack the vision to formulate a focused perspective as well. Meanwhile the government as much as the opposition hides more and more in their deeply rooted sectarian and religious  camps.

The chance the revolts will lead from bad to worse becomes larger with the day. The call for a better future for his country of my friend Amjad of one-and-a-half month ago now dies away in the dungeons of the Syrian secret service. The call for freedom heard at Tahrir square is deteriorating into a state of anarchy in which armed gangs kill policemen, after having done the same to innocent alawites, the sect which president Bashar al-Assad originates from.

The impossibility of the flight forward seems to be as impossible as the situation Syrians were trying to escape from. The revolts seem to get stuck in two devilish dilemma’s. The first devilish dilemma manifests itself in time: Syria is stuck between a problematic recent history that did not bring any significant change for the better for most, and an insecure future, that will possibly lead to a civil war similar to the ones raging in Lebanon and Iraq in the last decades.

The second dilemma is one of choice between the two camps, between the government and the opposition. A choice that is hard to make for the generally neutral Syrian population as much as it is for the international community. The problem is in the fact that government as well as opposition are basically not to be trusted. The government is lead by deeply embedded interests of the secret and security services and the people around them, often alawite. The opposition is feared to be hijacked by armed resistance groups with unclear but likely not only good plans with Syrian minorities.

The whirlwind that is moving through Syria and the wider Middle East is in this sense an explosive expression of the negative spiral of economic stagnation, a stagnated juristic system and a society which is corrupted through and through. A situation that originates not only from a government which is authoritarian to the bone, but as much in a society that never learned to co-exist in a peaceful manner and resigns now to a primal eye-for-an-eye, tooth-for-a-tooth.

The same dilemma’s echo in the hollow phrases and actions of government and opposition. For the government the lack of a solution expresses itself in a desperate attempt to torture the problems away of which our friend Amjad Baiazy is most probably the victim now. President Bashar al-Assad is lost between the necessity to hold on to his power cost-what-costs, while his political life also depends on the necessity for him to make sure that the until not too long ago still neutral majority will not abandon him completely.

Some oppositional groups try to break through today’s impasse by killing anyone associated to the government they can lay hands on, may they be policemen or alawites. Other peaceful people like my friend Amjad Baiazy are now locked up in a cell of the Syrian muhabarat because they thought this was their chance to really change something in their country through peaceful means.

As president Bashar al-Assad is getting stuck in his own web of power, our friend Amjad Baiazy  got stuck in his own web of impossible hopes. This way the not long ago still proud Syrian people are falling victim to the tragedies unfolding. The international community and with them me, are left in tango, and despair for our friends.

Ruben Elsinga is holder of a MSc. in International Relations at the London School of Economics and Political Science (LSE). He has lived in Damascus, Syria for one and a half years, where he worked at the Netherlands Institute of Academic Studies. Also check out Ruben’s personal blog www.rubenelsinga.wordpress.com

De Syrische revolte en het lot van mijn vriend Amjad Baiazy: een onmogelijke vlucht uit een onmogelijke situatie


De afgelopen maanden is in Syrië een proces gestart van vrijmaking, een vlucht naar voren en naar een beter bestaan met meer respect van de overheid voor de bevolking. Ik weet nog goed dat mijn vriend Amjad Baiazy, waarover eerder in de webeditie van NRC Handelsblad een artikel is verschenen, op die noot vol hoop naar Syrië vertrok. Hij dacht werkelijk een verschil te kunnen maken. Nu lijkt de Syrische vlucht echter vast te lopen in een impasse die zich manifesteert in de strijd tussen regering en oppositie. Mijn vriend Amjad zit symbolisch al bijna een maand vast in een gevangenis van de Syrische geheime dienst.

Op mijn facebook pagina vermengd in de tussentijd al maanden zwaar geladen revolutionaire retoriek van vrienden uit het oppositionele kamp zich met de ouderwetse propagandistische steunbetuiging voor Bashar al Assad van andere vrienden.  De oppositie en regering lijken daarmee lege spiegelbeeld te zijn van elkaar, alsof twee spoken die voor de spiegel hun spierballen rollen.

Naast hoop voor de toekomst is wat de revoltes in Syrië en de rest van het Midden Oosten gemeen hebben een gebrek aan concrete daadkracht en een goed gefundeerd plan voor de toekomst. Concrete plannen voor de toekomst of de weg naar zo’n betere toekomst zijn bij de regeringen loze beloften gebleken en moeten bij de oppositie nog gevormd worden. Tegelijkertijd verschanst zowel de regering als de oppositie zich meer en meer achter diepgewortelde sektarische en religieuze facades.

Dit vergroot de kans dat de revoltes verworden van kwaad tot erger.  De roep op een betere toekomst in mijn vriend Amjad Baiazy’s  woorden van anderhalve maand geleden  versterft nu in  de kerkers van de Syrische geheime dienst. De roep om vrijheid gehoord op Tahrir square lijkt in Syrië te verworden tot een anarchie waarbij gewapende bendes politiemensen vermoorden, na eerder hetzelfde te hebben gedaan met onschuldige alawieten.

De onmogelijkheid van de vlucht uit een net zo onmogelijke situatie lijkt daarmee te liggen in twee duivelse dilemma’s. Enerzijds ligt er een duivels dilemma besloten in de tijd: tussen een problematische recente geschiedenis die voor velen geen significante vooruitgang liet zien en een zeer onzekere toekomst, die mogelijk in Syrië zal leiden tot burgeroorlogen zoals in Libanon en Irak.

Anderzijds is er het duivelse dilemma van de keuze voor de regering of de oppositie. Een keuze die zowel de tot voor kort terughoudende en neutrale Syrische bevolking als de internationale gemeenschap zwaar valt.  Het probleem ligt in het feit dat zowel regering als oppositie in wezen niet te vertrouwen zijn. De regering wordt grotendeels geleid door diep ingegraven gevestigde belangen van de veiligheidsdiensten en de mensen hieromheen, vaak van alawitische huize. De oppositie dreigt te worden gekaapt door het gewapende verzet dat discutabele plannen heeft met Syrische minderheden.

Daarbij is de wervelwind die nu door Syrië en het verdere Midden Oosten raast een explosieve uiting  van de negatieve spiraal van economische stagnatie, een totaal vastgelopen rechtstaat en een samenleving die door en door corrupt is. Een situatie die terug gaat niet alleen op een regering die door en door autoritair is, maar ook op een samenleving die niet geleerd heeft op vredige manier politieke geschillen op te lossen en daarmee terugslaat op de basis van een primair oog-om-oog, tand-om-tand.

Inertia en stagnatie was het gevolg van deze maatschappelijke impasse in recente decennia, een situatie die zich nu steeds meer uit  in gewapend conflict.  Het is de harde constatering van deze terugkerende negatieve spiraal die noopt tot de conclusie dat de kern van het probleem niet alleen ligt bij de regering, maar veeleer ook in de Syrische samenleving zelf.

Slaan de problemen in Syrië terug op een onderdrukt tribalisme? Of is het probleem de perversie van de autoritaire staat die zich heeft ingevreten in de gevreesde almacht van de geheime dienst? Zijn het de soennieten en de Moslim Broederschap die de problemen veroorzaken of de alawieten en hun shiítische bondgenoten in Iran? Is het de internationale gemeenschap en Israel die met hun annexatie van de Golan en hun sancties Syrië in het verderf storten? Of is het de regering die verstrikt raakt in zijn eigen verdeel-en-heers politiek? In Syrië is er geen antwoord op een vraag zonder tegenvraag en zo lijkt het oog-om-oog en tand-om-tand van de Syrische straat van vandaag te worden gespiegeld door een retorisch vraag-en-tegenvraag.

Niet alleen de bevolking en de internationale gemeenschap ziet zich voor deze onbeantwoordbare vragen gesteld, maar ook de regering en de oppositie. Voor de regering uit de uitzichtloosheid van de impasse zich in een desperate poging de crisis weg te martelen om vervolgens algemene politieke amnestie af te kondigen. President Bashar al-Assad bijvoorbeeld zit vast zit tussen de noodzaak koste wat kost zijn macht te behouden om zo niet zelf te sneuvelen en het levensbelang dat ligt in het niet vervreemden van de bevolking dat ook voor zijn uiteindelijke teloorgang zal zorgen.

Bij sommige groepen van de oppositie uit de frustratie zich door de moord op een ieder die enigszins aan de regering verwant is zoals politieagenten en leden van de alawitische sekten. Andere vredige protestanten zoals mijn vriend Amjad Baiazy zitten nu vast in een cel van de Syrische geheime dienst omdat zij kans dachten te zien om iets wezenlijks te veranderen in hun thuisland. Zoals Bashar al-Assad in zijn eigen macht verstrikt raakt, kwam de vreedzame oppositie uiteindelijk in hun eigen hoop verstrikt te zitten.

Zo lijkt Syrië langzaam verstrikt te raken in de vlucht van zichzelf en lijkt mijn vriend Amjad Baiazy diep in een Syrische cel martelaar te worden van het tragische lot van dit niet lang geleden nog zo trotse land. De internationale gemeenschap en met hen ikzelf wachten af, al dan niet met de handen in het haar.

 

Ruben Elsinga heeft Internationale Betrekkingen gestudeerd aan de London School of Economics and Political Science (LSE) waar hij zich specialiseerde in de studie van het Midden Oosten en de verhouding tussen religie en politiek. Na zijn studie heeft hij anderhalf jaar in Syrië gewoond, waar hij werkte voor het Nederlands Academisch Instituut. Hij publiceert onder andere over het Midden Oosten op het blog van het Goethe Institut in Cairo http://blog.goethe.de/transit/ en op zijn eigen blog www.rubenelsinga.wordpress.com