Category Archives: Middle East

Wachten tot het ook bij ons genoeg pijn gaat doen

Toen vorig jaar mijn vriend en studiegenoot op weg naar Bali in de MH17 uit de lucht geschoten werd, en ik in Nederland terugkeerde nadat ik een leraren trainingsprogramma voor Syrische vluchtelingen in Libanon had opgezet, werd het mij pijnlijk duidelijk hoe ver Syrië en de Oekraïne van de gemiddelde Nederlander af liggen. Mijn waarschuwingen dat het niet lang zou duren voordat de gigantische problemen die zich aan de deur van Europa ophopen, ook ons fort zouden binnendringen, werden toen nog niet serieus genomen: Komen die tijden, komen die plagen. Nu: de eerste ‘vluchtelingen’ plaag is gearriveerd.

Door: Ruben Elsinga, Center for Middle Eastern Studies, Lund University, Sweden

 De ‘naïeve barmhartigen’ en het ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ kamp

Als iemand die zich al vele jaren vooral bezig houdt met de Syrische crisis ‘in de regio’, onder andere in Libanon waar mijn kleine NGO onder andere al 2 jaar leraren training geeft aan Syrische vluchtelingen,  weerspiegelt de traan die van het Nederlandse collectieve gelaat druppelt na het zien van dat ene aangewassen kind op het strand van Bodrum, niet alleen de allang vertroebelde medemenselijkheid, maar vooral ook de totale vervreemding van Nederland en Europa met zijn omgeving.

Twee kampen beginnen zich te vormen. Allereerst is er het kamp van de naïeve barmhartigen. Met het verschijnen van de foto van het jongetje in Bodrum, is dit kamp nieuw leven in geblazen, nadat het jarenlang in slaap gesukkeld was sinds de eerste spannende naïef hoopvolle jaren van de vroege Arabische lente. Dit kamp zwelt aan met goed bedoelende Nederlanders die plotseling hun overtollige kleding doneren, de Syrië crisis in hun achtertuin in beeld gaan brengen of hun huizen open stellen voor vluchtelingen.

Het andere kamp is dat van ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’. Dit kamp wordt vooral gedreven door de angst dat het eigen tuintje onder de voet gelopen wordt. Woordvoerders van dit kamp, zoals Arnold Karskens wiens perspectief op de wereld lijkt te zijn beperkt door over-exposure met het koude opportunisme van de oorlogseconomie, en menig rechts politicus, refereren aan ‘economische’ motieven voor de vlucht en combineren deze referentie met een halfbakken strategie die beweerd dat opvang in de regio veel beter is voor iedereen en uiteindelijk de enige ‘oplossing’ is.

Beide kampen komen samen in de regio, bijvoorbeeld in Libanon. Daar is het de naieve barmhartigheid van de Europese bevolking en de politieke strategie van ‘opvang in de regio’, die samen komen in het VN en non-profit vluchtelingenwezen, maar helaas tot zover nog geen resultaat opleveren. Het probleem met de ‘opvang-in-hun-eigen-achtertuin’ politiek alsmede die van de naïeve barmhartigen, is dat zij beide compleet gedreven worden door de emoties van de Nederlanders zelf, en niets te maken hebben met enig begrip van de kern van de Syrië of andere vluchtelingen problematieken. Daarom lossen zij niets op en verknopen de eindeloze kluwe alleen maar meer totdat iemand deze alleen nog maar met de botte bijl kan ontwarren.

De situatie ‘in de regio’

Theoretisch is opvang in de regio misschien helemaal niet zo’n gek idee. Het liefst zouden alle Syriërs ‘in de regio’ worden opgevangen, namelijk in hun eigen land, maar voor hen is de Syrië Crisis nu eenmaal geen ver-van-hun-bed show. Al toen ik voor de Arabische Lente begon in Syrië woonde en werkte, werd het mij duidelijk dat achter de facade van Romeinse tempels en Arabische snuisterijen, een diep gecorrumpeerde staat en samenleving schuil ging. Met de Arabische Lente dachten de Syriërs dit in hun naïviteit te veranderen. Een oorlog zonder directe uitkomst is het voorlopige resultaat.

Vervolgens vonden en vinden Syriërs zich in hun buurlanden – Libanon, Jordanië en Turkije. Daar ging de ‘internationale gemeenschap’ al dan niet samen met de nationale overheid van dienst – in Turkije was de overheid het meest voortvarend en daarmee het meest controlerend en beperkend, terwijl Jordanië de problemen in grote stedenkampen concentreerd, en ze in Libanon de eerste jaren de vluchtelingencrisis op hun beloop lieten, zonder centrale leiding.

Wat de proponenten van ‘opvang in de regio’ niet lijken te begrijpen en niet lijken te willen begrijpen, is dat ieder van deze landen net als Nederland hun eigen politiek-sociale dynamiek hebben. Op soortgelijke wijze drijft de politiek van de naieve barmhartigen niet op een begrip van de ellende van de vluchtelingen, maar op de eigen emotie die gepaard gaat met het zien van de verschrikkelijke foto van het aangewassen kindje in Bodrum.

De dynamiek in de regio is er een die zich nog maar net een paar generaties met veel moeite uit de westerse koloniale wurggreep heeft los geworsteld en vervolgens met burgeroorlogen, interne bevolkingspolitiek en collectieve identiteits-schizofrenie geconfronteerd zag. Allemaal problemen die westerse overheden, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven, allen met een dubbele agenda, vervolgens wel voor deze arme mensen op zouden komen lossen. Met averechts resultaat.

In Libanon bijvoorbeeld, waar veel mensen nu veel aan refereren om de gigantische relatieve hoeveelheid vluchtelingen, zijn ze nog steeds niet bekomen van de lokale proxy oorlog die de burgeroorlog daar was en zitten honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen nog steeds weggestopt in kampen te wachten op een oplossing van het Israel – Palestina conflict, waar hun voormalige Europese broodheren hen mee opscheepten.

Ook in Libanon vind je enerzijds barmhartigen en anderzijds mensen met een niet-in-mijn-achtertuin houding. De druk van de laatste jaren en de totaal inadequate manier waarop beide niet functionerende overheid en internationale hulp gemeenschap met deze crisis zijn omgegaan, zorgt ervoor dat het ‘niet-in-mijn-achtertuin’ kamp de overhand heeft gekregen, wat heeft geresulteerd sinds het begin van 2015 in een actieve ontmoedigingspolitiek voor Syrische vluchtelingen, door het instellen van strikte arbeidsquotas en een moeilijk te verkrijgen werkvergunning.

Kortom: het idee om het probleem van de Syrische vluchtelingen in de achtertuin van de buren te gaan oplossen, werkt niet omdat de buren ieder momenteel in hun eigen diepe huwelijkscrisis zitten. Als al deze oplossingen niet werken, komen wij uiteindelijk weer terug bij de kern van het probleem: Dat de westerse gemeenschap vol bombarie en met grote beloften de Syrische mensen vier, vijf jaar geleden steunden in de Arabische Lente, maar toen puntje bij paaltje kwam Assad zijn eigen bevolking liet uitmoorden en Syrië de facto openstelde voor de stichting van een Islamitische terror staat.

Wachten tot het ook hier genoeg pijn begint te doen

Dit brengt mij terug bij het totale gebrek aan kennis en begrip van Nederlanders met wat er bij de buren in Syrië gebeurt. De laatste decennia heeft Nederland zich terug getrokken achter de geraniums van Wilders & Co. De problemen in eigen land, relatief beperkt, hebben ervoor gezorgd dat ons begrip van onze omgeving steeds beperkter is geworden. En zo zien wij veel te laat in dat ‘hun’ problemen onze problemen zijn.

Een maand of wat geleden, woonde ik een academische conferentie over “Syria; Moving Beyond the Stalemate” bij. Een gelauwerde Amerikaanse sociale wetenschapper projecteerde zijn concept van de “wederzijds pijnlijke patstelling” op de Syrië crisis: slechts als het echt pijn gaat doen voor de verschillende partijen zijn zij bereid om tot een oplossing te komen en dan nog is het een lange weg voordat dit ook daadwerkelijk gebeurd.

De conclusie van de conferentie was dat de belangrijkste partijen in het Syrië conflict – de Assad regering, IS, de gematigde oppositie, de koerden, alsook hun internationale steunlanden – zich zo hebben ingegraven, dat een oplossing niet in zicht is.

Maar misschien dat wij het concept van de “wederzijds pijnlijke padstelling” beter op Europa en het Midden Oosten hadden kunnen projecteren. Nadat Europa zijn struisvogelnek jarenlang diep in het zand heeft gestoken, begint de Syrië Crisis hier nu in Europa langzaamaan pijn te doen: Zowel aan onze ogen, wanneer wij kinderen zien aanspoelen aan onze vakantiestranden en aan onze geraniums die tuintje voor tuintje vertrapt zullen worden.

Laten wij hopen dat het snel zoveel pijn begint te doen, dat wij echte oplossingen gaan zoeken voor de vluchtelingenproblematiek. De echte oplossing begint bij het begrijpen van het probleem. Het echte probleem ligt in Syrie en omliggende landen. Het is hoog tijd dat wij een helder beeld krijgen van een probleem dat nu alleen maar vertroebelt wordt door de projectie van de Nederlandse perceptie. Een helder beeld dus vanuit het perspectief van hen die het aan den lijfe ondervinden.

Dogville, Syria, Tribute to Bahraa Hijazi

Dogville, Syria,

Tribute to Bahraa Hijazi

By Ruben Elsinga

It was the autumn of 2008, I had just graduated from the London School of Economics. Disillusioned not only with the human ability to rise above itself through reason, but also prompted by the démasqué of the international financial system, I left London and civilization as I knew it. I rejoiced tragically in the escapist belief that the world of lies was crumbling behind me as I speeded away to one of the only places I knew that world had not reached yet: Damascus, Syria. In this secluded place nothing had happened for decades. For thirty years it had remained virtually untouched and was just starting to awaken from its sleep.

Just like in Dogville. Dogville is a movie by Lars von Trier starring Nicole Kidman in a transparent scenery up a dead-end mountain road.  Dogville’s people had not seen many outsiders, until a refugee from the world down the mountain came to seek shelter. The people of Dogville did not know who the refugee was or where she came from. Her name is Grace. Grace first finds shelter in return for her manual labor. The world from down-the-mountain kept creeping up the hill though, as it came looking for its lost Grace. As the world from down the mountain crept into Dogville, Grace increasingly compromised herself to keep the shelter given  by the town, until she became a total slave to it.

It is when  Grace loses her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville after they have enslaved her, not out of bad intent  but out of the slur of a lack of perspective in life that makes the best of men fall back on the mere power they hold over others, that Grace her father, a maffiaboss, comes rolling up the mountain road. He simply confronts her with her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville. She is tired, and the more disillusioned. She gives in and gives up. The grieve the people of Dogville have caused her has killed her belief in their goodness. As Grace was compromised too much, no forgiveness was left in her heart and she could do nothing but ask her father to burn Dogville down to the bone, leaving only a bone for the dog she had once taken it from.

And so it is with Syria where the initial belief in the beauty of the country and the goodness of its people has gradually been overgrown by the bad weeds of the muhabarat (the Syrian secret service), systematic corruption and the rule of the lazy, the stupid and the weak.  I left the country disillusioned in June of 2010 and now understand that the démasqué  of the lie of the City of London was nothing compared to the lie of Damascus. Soon Grace showed her teeth during the Arab Spring and forces unleashed calling for an end to the regime.

But unlike in the movie there is no international community creeping up the mountain. And the Syrian government will not let Grace, the Syrian people, go. Dogville asserts itself and enslaves Grace, my brave Syrian friends, once and again, with brute desperate force. This is the sad conclusion of a world where Dogville is real: There is no Grace that has the last say.  But equally real is the hope residing in the the people of Syria, who do oppose the Dogvillish rule of its system in their hearts, with grace.

Dogville, Syria, Tribute to Bahraa Hijazi

Dogville, Syria,

Tribute to Bahraa Hijazi

By Ruben Elsinga

It was the autumn of 2008, I had just graduated from the London School of Economics. Disillusioned not only with the human ability to rise above itself through reason, but also prompted by the démasqué of the international financial system, I left London and civilization as I knew it. I rejoiced tragically in the escapist belief that the world of lies was crumbling behind me as I speeded away to one of the only places I knew that world had not reached yet: Damascus, Syria. In this secluded place nothing had happened for decades. For thirty years it had remained virtually untouched and was just starting to awaken from its sleep.

Just like in Dogville. Dogville is a movie by Lars von Trier starring Nicole Kidman in a transparent scenery up a dead-end mountain road.  Dogville’s people had not seen many outsiders, until a refugee from the world down the mountain came to seek shelter. The people of Dogville did not know who the refugee was or where she came from. Her name is Grace. Grace first finds shelter in return for her manual labor. The world from down-the-mountain kept creeping up the hill though, as it came looking for its lost Grace. As the world from down the mountain crept into Dogville, Grace increasingly compromised herself to keep the shelter given  by the town, until she became a total slave to it.

It is when  Grace loses her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville after they have enslaved her, not out of bad intent  but out of the slur of a lack of perspective in life that makes the best of men fall back on the mere power they hold over others, that Grace her father, a maffiaboss, comes rolling up the mountain road. He simply confronts her with her stubborn belief in the goodness of the people of Dogville. She is tired, and the more disillusioned. She gives in and gives up. The grieve the people of Dogville have caused her has killed her belief in their goodness. As Grace was compromised too much, no forgiveness was left in her heart and she could do nothing but ask her father to burn Dogville down to the bone, leaving only a bone for the dog she had once taken it from.

And so it is with Syria where the initial belief in the beauty of the country and the goodness of its people has gradually been overgrown by the bad weeds of the muhabarat (the Syrian secret service), systematic corruption and the rule of the lazy, the stupid and the weak.  I left the country disillusioned in June of 2010 and now understand that the démasqué  of the lie of the City of London was nothing compared to the lie of Damascus. Soon Grace showed her teeth during the Arab Spring and forces unleashed calling for an end to the regime.

But unlike in the movie there is no international community creeping up the mountain. And the Syrian government will not let Grace, the Syrian people, go. Dogville asserts itself and enslaves Grace, my brave Syrian friends, once and again, with brute desperate force. This is the sad conclusion of a world where Dogville is real: There is no Grace that has the last say.  But equally real is the hope residing in the the people of Syria, who do oppose the Dogvillish rule of its system in their hearts, with grace.

Escape from Captivity: Syrian short documentaries at the International Film Festival Rotterdam

The documentaries made by young Syrian documentary film makers that are shown outside of Syria now, did visit the International Rotterdam Film Festival last week. They gave a peak into a vanishing world in captivity. But as in the streets of the Syrian cities revolutionaries are breaking through the mental and physical barricades of the Assad regime, the films show an image in which the beauty of a naïf humanity is breaking through grey social image the world has of Syria.

Image

Panel discussion Syrian filmmakers with moderator Bas Heijne at International Film Festival Rotterdam. 

Something that features in all of the Syrian films shown at the festival, for the mere fact that they are Syrian, is a sense of escape from captivity, like Soudade Kaadan, maker of the short documentary “Two cities and a prison” remarked at the final panel discussion. It is this escapism, often into emptiness, that also strikes the viewer most. It is an escape from a world that is hard as stone. A world that leaves human individuals no place but at the fringes of society: Spacially, mentally, socially. The movies show the different ways man gives color and beauty to this exile of humanity.

The first bloc shown on Thursday february 2nd had a substance hard as stone. The first movie “Flint Mountain” by Niddal Hassan is a portrait of an old stonemason that choose the recluse of the mountains over the life down the hill. As a newfound ‘finder of artistic stone’, he revamped himself  as a suffering artist, a recognizers of the impenetrable beauty of the physically hard reality of Syria.  “Stone bird” by Hazem Alhamwi is a portrait of “Abu Hajar”, “Man with a stone”, half madman, half reflection of a mad society. From the rags and lumps of clothing’s that cover him rises a tragic human story for which there was no place in a rigid Syrian society. Instead of engaging in that society, Abu Hajar chooses the life of a vagabond.

Image

Filmmaker Hazem Alhamwi explainign something to moderator Bas Heijne at panel discussion Syrian documentaries International Film Festival Rotterdam. 

The second bloc of films which was more experimental, showed a more impressionistic image of Syria. Especially the first 4 short films “They were here”, “Before Vanishing”, “The Right Side of That Road” en “City of Emptiness” by respectively Ammar Al-Beik, Joude Gorani, Hazem Alhamwi and Ali Sheikh Khurd, are stills of a still society. The docs show the tragic beauty of Syria. A beauty distilled in images of vanishing rivers, disappearing industrial entrepreneurship and a road lost in history.

“Silence” by Rami Farah, gives an idea of the political world behind this tragic beauty as it investigates the Golan city of Qamishli, which is the only city the Syrians won back from Israël during the 1973 war.  From the perspective of a 100 year old man and a Syrian government employee in Qamishli, two images rise of the tragic story that kept internal political disconcert quiet for so long in Syria.

In the last two movies “Two cities and a prison” by Soudade Kaadan and “Foam” by Reem Ali, the stone of Syrian society breaks open and shows some of the naive beauty it has to offer. In the first movie we see the cute interaction of actors and their public during an interactive play travelling different Syrian cities and the expressions of some youngsters in youth prison in Damascus when they participate in a similar interactive acting project. Through the sharp close-ups especially of the young prisoners, a picture distills of lively people who start to think inside the box. A process that led to the box breaking open during the enduring revolts in Syria of the moment.

A somewhat similar meaning can be distilled from “Foam” in which through the portrait of a mentally impaired man, the story of the world around him is reflected. The lightness and touching naiveté of the man contrasts starkly with the heaviness of his sister, who as a political prisoner spent years in Syrian jails and is still jailed within the confines of a rigid Syrian society. It is the lightness though of the man that gives beauty to the heaviness of the woman. And it is this tragic interaction of free human imagination and strict social and political confines that runs through the movies as a tragic thread that is turning increasingly red with the civil war currently unfolding in the country.

Image

Filmmaker Reem Ali (left) in discussion with the public at panel discussion Syrian Documentaries at International Film Festival Rotterdam. 

The movies show an image of vivid humanity, vivid imagination and creative exploration. In terms of cinematography the films show the move away from the metaphoric symbolism of the past generation of Syrian filmmakers, towards what maker of “Stone Bird” and “The Right Side of That Road” Hazem Alhamwi calls a greater individualism. As moderator Bas Heijne describes it “Individual impressions take the place of a collective statement”.

It is this change in the Syrian films shown at the festival in exile, that connects most with current events in the country in which individual self-expression is no longer pushed to the fringes, but is breaking open in its heart. From the shadow where no one can see it, in youth prison, on the mountain or in a mad man, break the first spots of light for Syrian self-expression and self-assertion.

Like the stone depicting Syria and that is breaking open as we speak, these documentaries give an image of color, life and beauty that through piles of rubble is to grow and blossom in the future. The first hints of free expressive beauty give optimism of what the Syrian people and Syrian film has to offer. First there are battles to be fought though both in real life and artistically. To quote filmmaker Reem Ali’s closing statement: “Now the revolution spreads around Syria we start to understand why the last generation of filmmakers used symbols in fear of repression. But we are not returning to symbolism. Now the revolution has started we will fight ‘directly’ and with realism for a real world.”

Image

Filmmaker Hazem Alhamwi singing his ‘encore’ at the end of the panel discussion on Syrian documentary film making at International Film Festival Rotterdam. 

Ruben Elsinga holds a MSc. in International Relations from the London School of Economics and Political Science (LSE). He lived in Damascus, Syria, for one and a half years, where he worked at the Netherlands Institute of Academic Studies. Beside on this blog he publishes in other Dutch and international media and on his own blog www.rubenelsinga.wordpress.com on the Middle East and on identity politics.