Ontkenning van de Pijn: Het verbod op de onverdoofde rituele slacht en het maatschappelijk klimaat in Nederland

De controverse die is ontstaan over de onverdoofde rituele slacht stelt niet alleen vraagtekens bij de verschuivende balans in Nederland tussen het waarborgen van de godsdienstvrijheid versus dat van het dierenwelzijn. Het succesvolle wetsvoorstel van de Partij van de Dieren, op zichzelf minimaal van betekenis, is een goede showcase van het hellende vlak waarop het algemeen Nederlands sociaal-ideologisch bewustzijn zich beweegt. Het sociale bewustzijn van het Nederlandse volk verstart steeds meer in een reactionair egotisme waarbij het geblaf van het eigen troeteldier de stervensklacht van de buurman luid overschreeuwd, aldus Ruben Elsinga

‘Onderzoek’ wijst uit volgens de Partij van de Dieren dat dieren meer pijn lijden als zij ritueel en zonder verdoving geslacht worden. Hoewel dit ‘onderzoek’ door tegenonderzoek aangedragen door Joodse en Islamitische organisaties in twijfel wordt getrokken, kan bij voorbaat dit hele argument bij het grof vuil. Pijn, door elektroden gemeten, wordt als een schending van de dierenrechten gezien en op de basis van deze pijn wordt er een wet ontworpen om deze pijn zogenaamd uit het leven van de arme schapen te bannen.

Probleem met dit ‘onderzoek’ is dat pijn allereerst niet onafhankelijk gemeten kan worden. Weliswaar kan de sensitieve reactie van het dier gemeten worden, een reactie van doodstrijd, maar ‘pijn’ als zodanig is slechts de vertaling van zulk een lichamelijke reactie in mensentaal, een mensentaal die nogal van plaats tot plaats en van persoon tot persoon verschilt.

In het kort is het deze vertaling, het belang dat wordt gegeven aan de lichamelijke reactie in de benoeming ‘pijn’ en de consequenties die hieraan worden verbonden in het bedenken van een ‘wet tegen de pijn’, nu een kwestie die door de Partij van de Dieren wordt gekaapt. Waar eerder verschillende pijnervaringen en manieren om met pijn om te gaan naast elkaar leefden, Joods, Christelijk, Islamitisch, quasi-Boedhistisch, atheïstisch, diep filosofisch, leeg spiritueel, wetenschappelijk en simpel ontkennend, wordt nu een specifieke manier van met pijn om gaan tot universeel leidend gemaakt door de Partij van de Dieren.

Allereerst beslissen de wetenschappers van de Partij van de Dieren dat de dieren die geslacht worden onverdoofd meer pijn hebben. Een logische redenatie aangezien ‘verdoofd’ slachten per definitie meer pijn betekend aangezien verdoving per definitie dient tot het reduceren van pijn. Verdoving van pijn is echter daarmee niet per definitie te verkiezen boven pijn: niet iedereen kiest voor euthanasie bij ondraaglijk lijden. Door de wet die euthanasie goedkeurt in Nederland wordt er bepaald dat de keuze voor pijn of voor de dood bij de mens zelf ligt. Bij dieren was er een soortgelijke situatie waarbij de houder van het dier, bij gebrek aan zelfbeschikkingsrecht van het dier, de keuze maakte voor zijn dood. Nu maakt de Partij van de Dieren en met hen de overgrote meerderheid van de Nederlandse politiek deze keuze voor hen, per definitie een inperking van het secundaire zelfbeschikkingsrecht dus.

De rechtvaardiging door de Partij van de Dieren zijn echter nog zorgwekkender. Hierbij zou het namelijk moeten gaan om een goed doorwrochte afweging van deze ‘pijn’ tegenover die van andere pijnen van het leven. Ik noem de maagpijn van een Noord-Koreaan in hongersnood die gras eet, de pijn van een strijder op een slachtveld in het Midden Oosten net door een kogel getroffen of door de regeringslid gemarteld, van een ouder die zijn kind verliest, een man die zijn baan verliest, een Jood die op straat wordt uitgescholden, een Moslim die weer gekleineerd wordt. Allemaal pijnen die door het single-issue karakter van de Partij van de Dieren niet in verhouding worden gehouden met de 10 seconden extra pijn van een dier op de slachtbank.

Maar ook in het basisbewustzijn van de Partij van de Dieren en met hen van vele Nederlanders zit het mis. Het is een reactionaire houding die de boventoon voert. Als een kat in het nauw maken vele Nederlanders vandaag de dag rare sprongen: in plaats van de discussie op te zoeken, trekken zij zich terug in een primair reactionaire houding waarbij de angst voor mogelijke confrontatie en pijn wordt verkozen. Empathie die begint bij de erkenning van de pijn van anderen, het begrip op brengen voor die pijn, verliest het letterlijk van de preventieve maatregel van de verdoving. Om maar niet met de moeilijkheden van het leven en van anderen geconfronteerd te worden, trekt met zich terug in zijn eigen gelijk, hoe ‘ongelijk’ dit gelijk ook moge zijn.

Het is de onderkenning van de eigen pijn van anderen die overwoekert wordt in de huidige maatschappelijke discussie. De discussie rond de rituele slacht is hier voorbeeld van. De Partij van de Dieren probeert een luchtkasteel van Babel te bouwen: een geforceerd universalistisch beeld gecreëerd rond het idee dat pijn moet worden uitgeroeid, wordt boven de imperfecte werkelijkheid uitgetild. Een lege echo samengesteld uit de schreeuw van zelf-ontkennende ‘dierenliefhebbers’ die het houden van een troeteldier om hun eigen leegte op te vullen als dierenliefde beschouwen, overstemd steeds meer het terugtrekkende geluid van discussie en gesprek tussen mensen met een verschillende mening nodig voor het werkelijk vullen van de leegte om de mensen heen, en het kweken van onderling begrip en empathie.

De 10 seconden extra pijn die de rituele slacht veroorzaakt wordt als het te bestrijden kwaad uitgestoten, terwijl in Nederland en overal ter wereld de pijn weelderig tiert. De PVV zette dit uit zijn verband getrokken egotisme vorig jaar nog eens aan door het aanstellen van 500 extra animal cops te verkiezen boven het hebben van bijvoorbeeld 500 meer handen aan het bed. De PVV, als snelst gegroeide en derde partij van het land, voert een in soort gelijke ‘uitstoot’ van het dierenleed, in de ‘uitstoot’ van ‘de vijand Islam’ al jarenlang als belangrijkste vaandel. Beide stellingnames vallen terug op een in isolatie zelf-gedefinieerd universeel gedachtegoed gebaseerd op angst dat koste wat kost moet worden beschermd tegen elke vorm van aanval of pijn van buitenaf.

In directe zin zijn het de mensen die op de PVV en op de Partij van de Dieren stemmen die zich schuldig maken aan deze vorm van egotisme. Indirect zijn het opnemen van de PVV in de regering en de bijna unanieme stemming voor het verbieden van de rituele slacht, indicaties van een Nederland waarbij mensen zich drukker maken om hun blaffende huisdier dan om hun stervende buurman.

Ruben Elsinga heeft Internationale Betrekkingen gestudeerd aan de London School of Economics and Political Science (LSE) waar hij zich specialiseerde in de studie van het Midden Oosten en de verhouding tussen religie en politiek. Na zijn studie heeft hij anderhalf jaar in Syrië gewoond, waar hij werkte voor het Nederlands Academisch Instituut. Hij publiceert onder andere over het Midden Oosten op het blog van het Goethe Institut in Cairo http://blog.goethe.de/transit/ en op zijn eigen blog http://www.rubenelsinga.wordpress.com

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s